Rudi Mertens: een leven tussen palmbomen, ambassades en absurditeit
Over De condooms van Fidel
Wie met Rudi Mertens in gesprek raakt, merkt het meteen: hier spreekt iemand die meer heeft gezien dan de gemiddelde wereldreiziger, en vooral iemand die dat alles met relativering en humor weet te verwoorden. Zijn boek De condooms van Fidel is daar het perfecte bewijs van: een warme, soms scherpe, maar altijd menselijke kroniek van een leven dat zich grotendeels buiten België afspeelde.
Verknocht aan de tropen
Rudi Mertens werd geboren in Congo, een beginpunt dat zijn verdere levensloop diepgaand zou kleuren. De tropen nestelden zich blijvend in zijn DNA. Na zijn studies en legerdienst was zijn wens dan ook helder: zo snel mogelijk terug naar palmbomen, warmte en het leven buiten de vertrouwde Europese kaders. Wat volgde, was een ware odyssee die hem en zijn gezin bracht naar Zuid-Amerika, Afrika en Azië.
Vandaag verdeelt hij zijn tijd tussen Spanje en Deurne bij Antwerpen, maar geestelijk blijft hij onderweg. Die rusteloze nieuwsgierigheid en liefde voor andere culturen vormen de rode draad doorheen zijn leven én zijn boek.
Achter de schermen van diplomatie en handel
In De condooms van Fidel blikt Mertens terug op zijn jeugd in Congo en op zijn carrière als handelsattaché voor het Brussels Gewest. Die functie bracht hem naar landen als Uruguay, Cuba, Algerije en Singapore — plekken die voor velen exotisch klinken, maar die in dit boek vooral tastbaar en menselijk worden.
Wat het boek bijzonder maakt, is de ongezouten maar beheerste blik achter de schermen van Belgische ambassades. Geen diplomatiek vernis of opgepoetste succesverhalen, maar eerlijke observaties over hoe beleid, administratie en internationale vertegenwoordiging in de praktijk functioneren. De lezer krijgt een inkijk in de vaak Kafkaiaanse perikelen van de Brusselse administratie, waar absurde Catch‑22‑situaties eerder regel dan uitzondering blijken.
Mertens spaart zijn voormalige werkgever niet, maar doet dat zonder rancune. Zijn kritiek is doordrenkt van ironie, verbazing en een duidelijk moreel kompas.
Morele plicht tegenover de belastingbetaler
Een belangrijke drijfveer om het boek te schrijven, is volgens Mertens zijn gevoel van verantwoordelijkheid. Als handelsattaché bekleedde hij een openbare functie, betaald met belastinggeld. Nu zijn carrière achter hem ligt, voelt hij het als zijn morele plicht om open kaart te spelen over de werking van overheidsinstellingen en het beheer van publieke middelen.
Hij fileert de nietszeggende jaarverslagen, de opgeblazen statistieken en de surrealistische zelfrechtvaardiging van administraties die soms meer bezig lijken met hun eigen bestaan dan met hun daadwerkelijke opdracht. Zijn beeldspraak is scherp: als een opgedirkte diva die haar eigen futiliteit met rookgordijnen probeert te verbergen.
Toch blijft De condooms van Fidel ver weg van een politiek pamflet. Het boek wil vooral getuigen, niet preken.
Fidel Castro, Merckx en Pfaff
De titel alleen al wekt nieuwsgierigheid, en terecht. Tijdens zijn carrière kwam Rudi Mertens in contact met figuren die tot de verbeelding spreken: van Fidel Castro tot Eddy Merckx en Jean‑Marie Pfaff. Hun ontmoetingen en verhalen worden uitvoerig en kleurrijk beschreven, altijd met oog voor het menselijke detail achter de mythe.
Het zijn deze anekdotes die het boek zijn lichtheid geven en die de lezer meenemen naar situaties die je in België zelden of nooit zou meemaken. Soms spannend, soms absurd, maar altijd authentiek.
Een boek met een glimlach
De condooms van Fidel is geen reisgids en geen politieke analyse. Het is een gezellig, verhalend boek dat unieke ervaringen deelt en de lezer achterlaat met een glimlach. De vertelstijl van Rudi Mertens is aangenaam en meeslepend: ideaal om rustig in een zetel te lezen en je te laten onderdompelen in een wereld die tegelijk veraf en verrassend herkenbaar is.
De verbazing van de lezer is vaak groot, precies omdat dit boek toont wat er zich afspeelt achter de coulissen van diplomatie, handel en internationale relaties — een wereld waar de leek zelden zicht op heeft.
Een leven dat verteld móést worden
Dat dit boek er gekomen is, dankt Mertens mede aan vrienden die hem daartoe aanspoorden. Telkens wanneer hij samen met zijn partner Hilde hun avonturen in Congo en Cuba vertelde, volgde dezelfde reactie: “Dat moet je op papier zetten.” En terecht.
Met De condooms van Fidel heeft Rudi Mertens niet alleen zijn eigen verhaal vastgelegd, maar ook een stuk tijdsgeest, bekeken door de ogen van iemand die midden in de wereld stond — en er met open blik naar bleef kijken.
Wanneer is het boek beschikbaar ?
Eind 2026. Wellicht oktober of november.